Smits Verhalencentrale
De officiële website van de Nederlandse schrijver Peter Smit

Welke Peter Smit ben ik?

Iedereen kent wel iemand die Peter Smit heet. Er is een Peter Smit die kampioen kickboksen is. Er is een Peter Smit die bij de krant werkt. Er is een Peter Smit die kunstschilder is. Er is een Peter Smit die directeur is van een groot kantoor. En er is een Peter Smit die bij iedereen om de hoek woont. Die Peters Smit ben ik dus allemaal niet. Ik ben de Peter Smit die boeken schrijft.

 

Smit, een naam om te onthouden

Peter Smit (1952) woont in Noord-Holland, vlakbij een polder waar hij jeugdboeken over schrijft. Hij schrijft graag over water. Over sloten met moddermonsters, over meren die worden drooggelegd, over veerponten die op zee drijven, over Piet Hein en de Zilvervloot. Een kennismaking met een romanticus: ‘Mijn droomwens is dat ik nog eens uit zee word gered door een dolfijn en dat ik daar dan een boek over schrijf.’

  Zeg eens eerlijk: had ú van Peter Smit gehoord? Toch schreef hij vier boeken voor volwassenen en veertien kinderboeken. De  laatste drie boeken heten: De Jacht in de Walvisbaai, In Handen van Piraten en De levende Kanonskogel. 

  Peter Smit: “Ik ben nu 49, wat betekent dat ik uiteindelijk ongeveer 94 wordt. Volgens mijn grootvader is dat nu eenmaal zo: als je de 49 haalt, haal je de 94 ook wel. Zelf werd hij 97, dus hij heeft wel recht van spreken. Als kind heb ik altijd naar zee heb gewild. Ik spaarde botenplaatjes die in de pakjes Captain Grant halfzware shag zaten, en wilde marconist worden. Toen ik vijftien was las ik in de krant dat het beroep marconist zou worden afgeschaft. Dat was een zware slag, en ik heb daarna een hele tijd niet geweten welk beroep ik zou nemen. Na een keuzetest op het arbeidsbureau van Amsterdam zei mevrouw Pijlman dat ik een goede schrijver of eindredacteur zou zijn, maar dat ik eerst maar eens een vak moest leren. Bijvoorbeeld tandtechnicus, daar was vraag naar. Toen ben ik tandtechnicus geworden, gespecialiseerd in kunstgebitten. En later schrijver.

"Ik heb een postzegel van Koning George,” zei oom Jos.

Oom Cor schoot rechtop.

“Oja? Oja? Hoeveel tandjes heeft hij?”

“Weet ik niet,” zei oom Jos. “Hij had zijn bek niet open.”

(Uit: De Avondjes, twintig vrolijke verjaardagsverhalen.”)

Lees verder.....